Vragen en Antwoorden
BELGISCHE SENAAT
Bulletin 3-51
ZITTING 2005-2006
Vragen van de Senatoren en antwoorden van de
Ministers
(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het
Frans
Minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie,
Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen (Maatschappelijke Integratie)
Vraag nr. 3-3225 van mevrouw De Roeck d.d.
18 augustus 2005 (N.) :
Daklozen. — Demografische spreiding.
Er zijn
twee periodes in het jaar waarin de media het item
« daklozen » weer even op de politieke agenda
zetten : de winterperiode, waarin daklozen moeten zien te overleven, en de
zomerperiode wanneer het langdurig te warm is.
We weten
allemaal dat er twee groepen van daklozen zijn :
— enerzijds
zij die structureel in armoede leven en als dakloze aan de rand van onze
samenleving verzeild zijn, anoniem, geïsoleerd. Ze doen nauwelijks een
beroep op enige opvang. Zij zijn het die niet gemist worden als ze er plots
niet meer zijn.
— een
tweede groep zijn de « nieuwe » daklozen. Het zijn mensen
zoals u en ik die door een samenloop van omstandigheden en een aantal serieuze
tegenslagen in de totale armoede vervallen. Deze mensen weten vaak wel waar ze
terecht kunnen.
Het gaat
mij in de volgende vragen vooral over deze laatste groep.
1. Heeft
de federale overheid enig zicht op het aantal daklozen en de demografische
samenstelling van deze groep ? Worden er inspanningen gedaan om
cijfermateriaal te verzamelen dat verder gaat dan het aantal daklozen dat
beroep doet op een installatiepremie ?
2. Klopt
mijn informatie dat het hoe langer hoe meer over jongeren gaat ? En dan
nog jonge mannen ?
3. Via
welke kanalen wordt de dringendste opvang en hulp (voeding, overnachting,
medische zorg ...) voor deze groep mensen voorzien ? Volstaat de huidige
opvang voor deze categorie armen ?
4. Heeft
u als beleidsverantwoordelijke al initiatieven genomen om te voorkomen dat we
deze winter weer met overlijdens, onze welvaartsstaat
onwaardig, te maken krijgen zoals de voorbije winter ?
5. Op
5 september 2003 werd het nationaal actieplan Sociale Insluiting 2000-2005
goedgekeurd. Daarin wordt bepaald dat het statuut van de dakloze en de
opvangmogelijkheden voor deze groep verbeterd moet worden. Wat gebeurde er tot
op heden om dit concreet in te vullen ?
6. Om
de « Daklozengids » op te stellen werkt u samen met
verenigingen voor daklozen. Welke verenigingen ?
7. Denkt
u er aan een ervaringsdeskundige in de armoede actief in uw beleid te betrekken
om de problematiek van de dakloze beter te kunnen opvolgen ?
8. Door
een aantal actieve groepen van daklozen worden momenteel projecten uitgewerkt
rond de problematiek van huisvesting en daklozen.
Twee
voorgestelde projecten zijn (erg kort omschreven) :
— het
opleiden van daklozen om als toeristische gids Brussel op een alternatieve
wijze te laten ontdekken (doelstelling is hier vooral het negatieve beeld over
de dakloze te relativeren);
— het
restaureren van huizen samen met de daklozen om voor hen een soort instapwoning
te creëren (daklozen zullen niet snel op lange termijn huren, zij hebben
laagdrempelige huisvesting nodig om weer gewoon te worden aan het wonen en onderhouden
van een kamer/huis en daarbij het samenleven met anderen.)
Is de
geachte minister bereid om in de werkgroep die zich concentreert op de
problematiek van de huisvesting van daklozen deze projecten verder uit te
werken of alternatieven te helpen realiseren ?
Antwoord : In antwoord op haar
vragen heb ik de eer het geachte lid het volgende mee te delen.
Aangezien
de opvang en de begeleiding van de daklozen een gemeenschapsbevoegdheid is,
bestaan er op het federale niveau geen andere gegevens in verband met daklozen
dan het aantal aanvragen voor de installatiepremie en de 100 %
terugbetaling van het leefloon als de rechthebbende zijn hoedanigheid van
dakloze verliest. In 2003 werden er 1 706 installatiepremies uitbetaald.
In 2003 waren 527 terugbetalingen aan 100 % omdat de rechthebbende zijn
hoedanigheid van dakloze verloor.
Om
dieper in te gaan op de demografische samenstelling van de groep van daklozen,
dient men zich te wenden tot de gewesten en gemeenschappen.
Wat
betreft uw vraag naar de kanalen voor dringende opvang en hulp zou ik u willen
verwijzen naar de gemeenschappen die bevoegd zijn voor de persoonsgebonden
aangelegenheden.
Daarenboven
zou ik willen benadrukken dat het eveneens de gemeenschappen zijn die bevoegd
zijn om initiatieven te nemen om de hulp aan deze kwetsbare doelgroep te
organiseren, ook in de winterperiode.
Ik kan
er wel aan toevoegen dat tijdens de Interministeriële Conferentie
Stedenbeleid en « Huisvesting van 5 juli 2005 er een werkgroep
is geïnstalleerd die onder andere de bedoeling heeft de opvang van
daklozen te optimaliseren. Daarin participeren alle regeringen wat moet
bijdragen tot een verbetering van de concertatie en
de afstemming.
Met
betrekking tot daklozen staat in het NAPIncl
2003-2005 te lezen dat op federaal niveau verbeteringen in het statuut van de
daklozen worden nagestreefd onder meer door het ruimer toekennen van de
installatiepremie en het garanderen van een vlugge uitbetaling van de hulp. Dat
is ook in de praktijk gebracht. Sinds 1 januari 2003 is de coherentie in de
bevoegdheden rond hulpverlening aan daklozen verhoogd. Voortaan is het OCMW van
de gemeente waar de dakloze effectief verblijft, verantwoordelijk voor de
hulpverlening. Daarnaast werd de installatiepremie uitgebreid naar personen die
hun situatie van dakloze achter zich laten en een woning betrekken en die een
vervangingsinkomen ten laste van de sociale zekerheid genieten, of een
uitkering ten laste van een stelsel van sociale bijstand genieten, of nog een
inkomen hebben dat lager is dan 110 % van het leefloon.
Het
koninklijk besluit dat de uitbreiding van het toepassingsgebied van de
installatiepremie regelt van andere groepen dan die van de leefloners
(onder andere bejaarden, ...), is in september 2004 gepubliceerd.
Eind
2004 is er ook een nieuwe uitgave van de Daklozengids van de persen gerold.
Deze handige gids wil mensen die dakloos worden informeren over hun rechten en
plichten en hoe ze die bij het OCMW kunnen ingevuld krijgen. De Daklozengids
werd ook voor deze vierde editie in samenwerking met het Gemeenschappelijk
Daklozenfront uitgewerkt.
Onder
andere in voorbereiding van de Daklozengids is er op gezette tijden overleg met
dit Gemeenschappelijk Daklozenfront en mensen van het DAK, het DaklozenAktiekomitee uit Antwerpen waardoor wij op de
hoogte blijven van de problemen die er zich nog stellen met betrekking tot de
bevoegdheidsregeling voor daklozen.
Het
spreekt vanzelf dat waar het het optimaliseren van
communicatiekanalen tussen daklozen en de administratie betreft, bijvoorbeeld
via de Daklozengids, de ervaringsdeskundigen een belangrijke bijdrage kunnen
leveren.
Binnen
het overleg dat in de schoot van de Interministeriële Conferentie wordt
opgezet, blijft uiteraard elke entiteit binnen zijn en haar bevoegdheid
verantwoordelijk voor een eventuele ondersteuning van concrete initiatieven. In
het kader van de Federale conventies die met grootsteden onder andere in het
kader van huisvesting worden afgesloten, lijken mij initiatieven die gericht
zijn naar specifieke doelgroepen zoals daklozen bespreekbaar. Bovendien is er
ook in het kader van de IMC een Werkgroep voorzien die zich zal buigen over
nieuwe vormen van solidair wonen.