Het meisje met de zwavelstokjes - derde editie -  26 december 2005

St-Andriesplaats Antwerpen, 14u-19u

 

Recht op warmte !

 

Sinds half oktober prijkt op de gevel van het Antwerpse OCMW-gebouw dit gedicht van onze stadsdichter Ramsey Nasr over armoede. Goed dat het daar hangt, want het is een sprekende oproep, het confronteert, zet aan het denken. Het leven van een mens in armoede, het is niet altijd wat het lijkt.

 

Een minimum

 

Lees me dan

luister dan zacht

 

ik ben de muur

de muurvaste man

 

jarenlang zitten

mijn lief en ik stil

 

tegen dit plafond

van gitzwarte kas

 

en vanaf ons vel

begint de bodem

 

en daar is geen rek

om haar te omarmen

 

zij zit ertussen

ik zit eronder

en ja ik heb niks

jazeker ik ben niks

 

maar godmiljaar

ik kan overleven

 

ik knok tot nu

de jaren rond

van beens af aan

tot aan mijn dood

 

zal ik tegen u

dit plafond

en alle ogen

in uw mond

opknokken

 

ik zal uit mijn pree

tevoorschijn komen

 

meewandelen onder haar

met mijn kansarme zon

 

en rondbazuinen

 

hier staan wij

klein en fier

 

lijk een mens

op een plein

 

en ik zou met u niet willen ruilen

ik zou er geld voor willen geven

 

om net als u

mezelf te zijn.

 

 

(Ramsey Nasr, Antwerpen Boekenstad – copyright, Stadsgedicht Antwerpen oktober 2005)

 

 

We kozen twee zinnen uit dit gedicht die heel veel zeggen over ons thema 'recht op warmte'  

 

'en ja ik heb niks,

jazeker ik ben niks,

maar godmiljaar

ik kan overleven'

 

Niets HEBBEN is EEN zaak, niets of niemand ZIJN is nog veel erger.

 

Mensen die niets of weinig hebben, worden logischerwijze beschouwd als 'armen'.

Maar de grootste armoede ligt eigenlijk in het niets of niemand mogen ZIJN.

Mensen die als 'SOCIAAL OVERBODIGEN' beschouwd worden.

Erger nog, mensen die, doordat ze niets of niemand mogen zijn, al snel het woord OVERLAST op zich gekleefd krijgen.  

Er kunnen vele oorzaken aan de grondslag liggen van het feit dat mensen op een bepaald moment 'sociaal overbodig' blijken: psychische problemen, thuis- en dakloosheid, werkloosheid, verslavingsproblemen, problemen met papieren,...

 

Maar net deze mensen hebben soms een ongelooflijke overlevingskracht in zich. 'Maar godmiljaar ik kan overleven'. 

Het is pas als met een andere bril naar mensen gekeken wordt, niet vanuit een 'nuttigheids- en regeltjesdenken', maar vanuit een 'warme menselijke aandachtigheid', dat er terug ruimte komt voor het 'mogen ZIJN'. Dat er ruimte komt voor de kracht van het menselijke, voor de kracht van het leven.

 

We zijn weer in de periode voor Kerstmis. Traditioneel een  periode van uitzien naar... nieuw leven. Ergens op een onooglijke plek, in een armetierige stal, zal er weer een nieuw leven geboren worden.

En dit leven belooft hoop en vreugde te  brengen.

Maar het is aan ons om dit nieuwe leven ook te omringen met warmte, met vriendelijkheid, met aandacht.

Elk mens heeft recht op vriendelijkheid, op warmte, op een warme samenleving.