ANTWERPS PARKET DRIJFT
CANNABISCONSUMENT IN DE CRIMINALITEIT
Normaal gezien
zou vandaag, 24 januari, de zaak in hoger beroep hebben gediend die vzw Trekt
Uw Plant en 5 van haar leden hebben aangespannen tegen het vonnis van 25 april
2007. Vanwege drukke zaken op de rechtbank heeft het Hof besloten deze zaak uit
te stellen tot donderdag 12 juni 2008, om 10 uur. Waar gaat het hier ook weer
om?
Op 12 december
2006 presenteerden 6 leden van Trekt uw Plant in de Kruidtuin in
Donderdag 24
januari 2008 komt voor het Hof van Beroep aan de Waalse Kaai in
Op 12 december
2006 presenteerde Trekt uw Plant in de Kruidtuin in
Het Antwerps
parket, vertegenwoordigd door substituut-procureur
De uitspraak van
de Correctionele Rechtbank op 25 april 2007 maakte korte metten met deze
redenering: Trekt Uw Plant is geen criminele organisatie, maar haar leden
worden wel veroordeeld vanwege het bezit van cannabis. In de strafmaat (3 leden
kregen strafopschorting, 2 anderen een boete van 15 euro) maakt de rechtbank
echter duidelijk dat deze veroordeling vooral als symbolisch moet worden
beschouwd.
Natuurlijk is
Trekt Uw Plant tegen deze uitspraak in beroep gegaan. Elke veroordeling van ons
initiatief komt immers neer op het vernietigen van de ministeriële richtlijn,
een besluit dat na jarenlange discussies tussen politici en experts tot stand
is gekomen. De conclusie in januari 2005 was dat teelt en bezit van cannabis
voor persoonlijk gebruik niet langer vervolgd diende te worden. Trekt Uw Plant heeft
deze redenering van de wetgever nauwgezet gevolgd en in de praktijk gebracht.
In de afgelopen
maanden is gebleken dat ook politievertegenwoordigers de ministeriële richtlijn
wel degelijk volgen. Zo stelde politiecommissaris Lambrechts van Brasschaat in het Nieuwsblad van 11 augustus 2007 vast:
“Elke Belg mag zijn eigen (cannabis-)plantje kweken.” En verduidelijkt
commissaris Jean-Marie Samyn
van politiezone MIDOW in Meulebeke in het Nieuwsblad
op 14 september 2007: “Het is perfect toegelaten om in de tuin een paar
hennepplanten te kweken voor eigen gebruik”.
Door Trekt Uw
Plant te vervolgen beschermt het Antwerps parket in feite de belangen van de
georganiseerde drugscriminaliteit. Immers, als zij niet voor eigen gebruik
mogen telen zijn de ongeveer 350.000 Belgische cannabisconsumenten gedwongen
zich te voorzien op de illegale markt waar ze blootgesteld zijn aan het
criminele milieu. Zo lopen, door het ontbreken van enige controle op productie
en distributie, consumenten het risico in aanraking te komen met cannabis die
verontreinigd is met producten zoals glas, lak en DDT, welke zeer ernstige (en
perfect vermijdbare) schade toebrengen aan de gezondheid.
De handelwijze
van het Antwerps parket draagt ook direct bij tot de overlast van drugstoerisme
rond de coffeeshops in Nederland. Die vormen immers het enige alternatief voor
de illegale cannabismarkt, al dient de Belgische cannabisconsument wel het
risico vanwege drugssmokkel te worden aangeklaagd op de koop toe te nemen. Dit
geldt ook voor mensen die cannabis als geneesmiddel gebruiken tegen pijn- en
andere klachten, en die dit door hun
De handhaving van
het cannabisverbod wordt meestal gerechtvaardigd door te verwijzen naar de
noodzaak om jongeren te beschermen. Echter, juist minderjarigen lopen het
gevaar met de risico’s van een illegale cannabismarkt geconfronteerd te worden.
In de tabakswinkels moeten jongeren kunnen bewijzen dat ze boven de 16 jaar
zijn. De meeste drugsdealers maken hier geen punt van.
Tevens wordt het
verbod op cannabis misbruikt door politie en justitie om straatbewoners en
bepaalde groepen jongeren te criminaliseren. In
Elke veroordeling
van Trekt Uw Plant is een geschenk voor de illegale drugshandel. Deze houdt
geen rekening met de noodzaak om problemen zoals gebruik door minderjarigen,
gezondheidsrisico’s of maatschappelijke overlast te vermijden of voorkomen.
Trekt Uw Plant is opgericht om deze problemen op te lossen, maar dit wordt nu
onmogelijk gemaakt.
Het spreekt
vanzelf dat wij tegen welke veroordeling ook in hoger beroep zullen gaan. Wij
zijn bereid om een langdurige strijd te voeren om ons recht te halen, als het
moet tot aan het Europese Hof in Luxemburg. En we roepen alle Belgen die
cannabis consumeren en die het met ons eens zijn op om lid te worden, dit kan
voor 25 euro per jaar.
Namens Trekt Uw
Plant vzw
0495/12 26 44
25 JANUARI 2005. - Gemeenschappelijke richtlijn van de Minister
van Justitie en het College van procureurs-generaal omtrent
de vaststelling,
registratie en vervolging van inbreuken inzake het bezit van cannabis.
Artikel M. A. Inleiding
Ingevolge het arrest van het Arbitragehof van
20 oktober 2004, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 28 oktober 2004,
waarbij artikel 16 van de wet van 3 mei 2003 tot wijziging van de wet van 24
februari 1921 betreffende het verhandelen van de giftstoffen, slaapmiddelen en
verdovende middelen, ontsmettingsstoffen en antiseptica
en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van
verdovende middelen en psychotrope stoffen werd vernietigd, werden, in het
recente verleden, binnen elk rechtsgebied, gelijkluidende tijdelijke
richtlijnen verspreid inzake de vervolging van het bezit, door meerderjarigen,
van zeer beperkte hoeveelheden cannabis.
Het betreft de volgende dienstbrieven :
- de omzendbrief van de procureur-generaal bij
het hof van beroep te Brussel, d.d. 16 december 2004;
- de omzendbrief van de procureur-generaal bij
het hof van beroep te Gent, d.d. 30 november 2004;
- de omzendbrief van de procureur-generaal bij
het hof van beroep te Bergen, d.d. 27 december 2004;
- de omzendbrief van de procureur-generaal bij
het hof van beroep te
- de omzendbrief van de procureur-generaal bij
het hof van beroep te Luik, d.d. 29 oktober 2004.
B. Draagwijdte
1. Onderhavige gemeenschappelijke richtlijn bevestigt de bepalingen van
de omzendbrieven die door de onderscheiden
procureurs-generaal werden verspreid.
Teneinde de toepassing van deze bepalingen te vergemakkelijken, worden
voormelde omzendbrieven vervangen door huidige gemeenschappelijke richtlijn die
tevens een aanvulling inhoudt omtrent de wijze van
vaststelling en registratie van sommige inbreuken op de drugwetgeving.
Deze gemeenschappelijke richtlijn wijzigt niet de bepalingen van de
ministeriële richtlijn van 16 mei 2003 betreffende het vervolgingsbeleid inzake het bezit van en de detailhandel in illegale
verdovende middelen die geen verband houden met artikel 16 van de wet van 3 mei
2003, vernietigd door het Arbitragehof.
2. Onderhavige gemeenschappelijke richtlijn treedt in voege op 1 februari
2005.
C. Richtlijnen inzake de vervolging
1. Aan het bezit, door een meerderjarige, van een hoeveelheid cannabis
voor persoonlijk gebruik wordt, zoals in het verleden, de laagste prioriteit in
het vervolgingsbeleid gegeven, uitgezonderd wanneer het bezit gepaard gaat met
verzwarende omstandigheden of verstoring van de openbare orde.
2. Zoals onder het regime van de ministeriële richtlijn van 16 mei 2003
betreffende het vervolgingsbeleid inzake het bezit van
en de detailhandel in illegale verdovende middelen, wordt het bezit van een
hoeveelheid cannabis van maximum
Nuttigheidshalve kan in dit verband verwezen worden naar het artikel
26bis, 2°, van het koninklijk besluit
3. De verzwarende omstandigheden zijn deze die opgenomen zijn in artikel
2bis van de wet van 24 februari 1921. De omstandigheden die de openbare orde
verstoren, zijn :
- het bezit van cannabis in een strafinrichting of in een instelling
voor jeugdbescherming;
- het bezit van cannabis in een onderwijs- of gelijkaardige instelling
of in hun onmiddellijke omgeving. Dit zijn de plaatsen waar de leerlingen zich
verzamelen of elkaar ontmoeten, zoals een halte van het openbaar vervoer of een
park in de nabijheid van een school;
- het ostentatief bezit van cannabis in een openbare plaats of een
plaats die toegankelijk is voor het publiek (b.v. een ziekenhuis).
De procureur des Konings zal rekening houden met de lokale
omstandigheden en zal, desgevallend, daarover
preciezere richtlijnen geven.
Met het oog op een adequate handhaving van de openbare orde en rekening
houdende met de capaciteit van de politiediensten kan door elke procureur des
Konings een bijzondere richtlijn worden verspreid naar aanleiding van
massabijeenkomsten. Deze tijdelijke en specifieke richtlijn moet alsdan een welbepaald evenement beogen en gemotiveerd zijn
door de omstandigheden, eigen aan het evenement zelf (b.v.
een rockfestival).
D. Richtlijnen inzake vaststelling en
registratie
1. De vaststelling van het bezit, door een meerderjarige, van een
hoeveelheid cannabis die
- notitienummer
- plaats en datum van de feiten
- aard van de feiten (type en hoeveelheid van het product)
- volledige identiteit van de dader
- samenvatting van zijn versie van de feiten.
3. De vereenvoudigde processen-verbaal zullen op een elektronische
drager worden bewaard binnen de politiedienst die de vaststelling heeft
verricht.
4. De vereenvoudigde processen-verbaal worden één keer per maand, middels een lijst, overgemaakt aan het parket van de plaats
waar de vaststelling werd gedaan.
5. De vereenvoudigde processen-verbaal zullen niet in het REA/TPI-systeem worden ingevoerd. Vermits
het geen parketzaken zijn, behoren ze niet tot de instroom, stock of uitstroom
van de parketten. Zij worden dus niet in de parketstatistieken geteld.
6. De inbreuken die, in het kader van onderhavige richtlijn,
geregistreerd worden in een VPV, geven geen aanleiding tot een inbeslagname van
de aangetroffen verdovende middelen. Deze mogen derhalve
in het bezit blijven van de betrokkene. Indien deze laatste er vrijwillig
afstand van doet, worden deze stoffen onverwijld
vernietigd door de hiertoe aangeduide verantwoordelijke van het betreffende
politiekorps.
Brussel, 25 januari 2005.
De Vice-Eerste Minister en Minister van
Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De procureur-generaal bij het hof van beroep te Brussel, voorzitter van
het College van procureurs-generaal,
A. VAN OUDENHOVE
De procureur-generaal bij het hof van beroep te
Mevr. Ch. DEKKERS
De procureur-generaal bij het hof van beroep te Bergen,
G. LADRIERE
De procureur-generaal bij het hof van beroep te Gent,
F. SCHINS
De procureur-generaal bij het hof van beroep te Luik,
C. VISART de BOCARME.