Rekening houdend met de uitzetting van de Squattus Dei (Leuven) is het steeds minder gemakkelijk om aan de gecontroleerde ruimte te ontsnappen en het lijkt erop dat het in de toekomst niet gaat verbeteren.

 

Voor al degenen voor wie het woord ‘vrijheid’ nog een betekenis heeft (anders dan de zgn. vrijheid om op zaterdagnamiddag te gaan winkelen) is de tijd nu aangebroken om te handelen.

 

De kraakpanden/vrijplaatsen worden stukje bij beetje gesloten doorheen  heel Europa.  Het Kapitaal laat het leven niet meer toe om te groeien en te bloeien in de uitsparingen tussen hun tegels en beton.  Kraken betekent: aan mensen zonder geld toelaten om een eigen plekje te hebben, een beetje op afstand van hun consumptietempels.  

 

 

KRONIEK VAN EEN BEWOGEN WEEK IN LEUVEN: VAN DE UITZETTING TOT DE MANIFESTATIE

 

 

Op maandagmorgen 19 juni om 09.00 u. zijn de flikken het kraakpand Squattus Dei (Schapenstraat Leuven) binnengedrongen.  Zij waren in het bezit van een mandaat tot onmiddellijke uitzetting.  Op die manier was de gewoonlijke procedure (een uitstel van 24 uur om het gebouw te evacueren voor de uitzetting) niet van toepassing, en niemand werd ingelicht.  Niemand was ter plaatse op het moment van uitzetting, er werden gedurende deze politie-actie dus geen arrestaties verricht.

 

Aangezien de politie slim genoeg was geweest om de uitzetting te voorzien op een maandag en in volle examenperiode (de uitzetting was mogelijk sinds februari), werd de aangekondigde manifestatie van de avond zelf uitgesteld tot vrijdagavond.  Een zaak die de gemeente Leuven zeer slecht uitkwam, omdat ze op die manier de datum moest verzetten van de medaille-uitreiking aan de leden van de vzw Marktrock, alsook voor het opzetten van de stands bedoeld voor het shopping-evenement van ‘De Langste Dag’, dat daardoor pas op zaterdagmorgen heeft kunnen plaatsvinden.   Omdat de vrees bestond “dat de krakers ze zouden kunnen gebruiken als projectielen.”  Uiteindelijk heeft men de horecazaken op de Grote Markt eveneens verboden om hun terrassen op vrijdagavond te openen.

 

De media grepen in de dagen die voorafgingen aan de manifestatie enkele nachtelijke gebeurtenissen aan om de spanning ten top te voeren.  Maandagnacht werden er enkele containers en vuilbakken in brand gestoken, de flikken hebben ook een spuitbus van rode kleur gevonden “gebruikt om slogans en anarchistische symbolen op de muren en de containers te schilderen.”  De volgende nacht waren het twee auto’s die in vlammen opgingen.  Het ging om een Porsche 911 van een Leuvens advocaat en een Audi A4 van een Duits manager.  Een Mercedes die naast de Porsche geparkeerd stond werd eveneens beschadigd.  De flikken verbinden deze gebeurtenissen aan die van de nacht ervoor.   Op woensdagnacht werden de (joints?) van een werfkraan in de Diestsestraat in brand gestoken.  Flikken en media zijn met elkaar akkoord dat het ‘zeer waarschijnlijk’ is dat deze acties gepleegd werden door de ‘kraakbeweging’.   Flikken in burger (vermomd als fietsende studenten) gingen over tot de arrestatie en fouillering van mensen met een ‘alternatieve look’. 

 

Deze strategie van misleiding werd op de dag van de manifestatie zelf voortgezet.  In de loop van de dag werden verschillende personen gefouilleerd op basis van hun uitzicht.  Dit kon niet verhinderen dat gedurende dezelfde dag verschillende kruispunten werden geblokkeerd door spontane samenscholingen (waar pamfletten over de Squattus Dei en de betoging werden verdeeld).  In de namiddag werden spandoeken vastgemaakt aan de  bruggen boven de Leuvense Ring.   Intussen patrouilleerden vrachtwagens van de politie in de stad en een helicopter erboven.  Tegen 18.00 u. werd de Grote Markt ontruimd en afgesloten met friese ruiters en anti-oproerpolitie.  Tientallen personen die zich rond het station bevonden werden gearresteerd met als enige reden hun uitzicht.  Mensen begonnen zich te groeperen op het Fochplein (naast de Grote Markt) alwaar een bus vol arrestanten rondtoerde.  

 

Even na acht uur begon de manifestatie die zo’n 400 deelnemers telde (het merendeel van de mensen sloten er zich bij aan in de eerste straten waar zij passeerde).  Na de Tiensestraat, het Houverplein en het Ladeuzeplein begaf de betoging zich naar de Leopold I-straat, waar zich een studentenhuis van Opus Dei bevindt (Steenberg).  Het gebouw werd bekogeld met verfbommetjes (en niet met  stenen zoals de flikken en de media beweren).  Vervolgens ging de betoging de Bondgenotenlaan op om zich richting centrum te begeven, alwaar de vrachtwagens van de anti-oproerpolitie in volle snelheid kwamen aangereden om de weg te blokkeren.  De betogers namen vervolgens de Diestsestraat en de Vital Decosterstraat in de richting van de Rijschoolstraat waar de flikken de weg afgesloten hadden naar het justitiepaleis.  De betoging trachtte deze versperring te doorbreken, maar deze poging mislukte, waarop de betogers verder de Vital Decosterstraat bleven volgen.  Op de Vismarkt was er een nieuwe poging om het centrum te bereiken via de Mechelsestraat, maar ook daar waren de flikken sneller.  De anti-oproerpolitie gebruikte de matrak en traangas om de betogers terug te dringen die trachtten zich een doorgang te forceren (de media spraken over een ‘regen van stenen’ op dat moment, wat echt wel teveel eer was voor de paar stenen die door de lucht gevlogen zijn.   Op het moment dat de betoging in de richting van de Brouwersstraat ging, dreigde ze in tweeën gesplitst te worden, maar de flikken ter plaatse waren niet talrijk genoeg om een solide cordon te vormen.  Vervolgens ging het verder naar de Fonteinstraat die zowel van voor als van achter afgesloten werd door de flikken.  Via enkele zijstraten geraakte de betoging terug in de Brouwersstraat en stak de Bruul en enkele kleinere doorgangen over om in de Donkerstraat te geraken.  De betoging, gevolgd door de overvalwagens, geraakte nu geblokkeerd op de brug boven de Ring.  De enige uitweg was…de Ring.  Op dat moment werden talrijke journalisten door de flikken tegengehouden.

 

Op de Ring zelf slaagden de flikken erin talrijke mensen te omsingelen en te arresteren.  Ze hebben overvloedig gebruik gemaakt van hun matrakken en de mensen die zich op de grond bevonden kregen gewelddadige slagen. Een deel van de mensen is weggevlucht door de bosjes, gevolgd door flikken.  Tientallen personen gingen naar het kraakpand aan de Vaartkom, een dertigtal gingen er binnen.

De overblijvende betogers en sympathiserende buurtbewoners werden van het plein gejaagd, enkelen werden gearresteerd.  Het gebouw werd omsingeld en herhaaldelijk kwamen er bedreigingen met uitzetting.  Om één uur ’s nachts zijn uiteindelijk de meeste overvalwagens vertrokken, na drie uur belegering.  In de rest van de stad werden de gehele nacht groepen mensen lastiggevallen en door de politie opgepakt. 

 

In totaal werden er 100 tot 150 mensen administratief aangehouden.  Ook mensen die naar het commissariaat gingen om inlichtingen te vragen over hun gearresteerde vrienden werden opgepakt.   De officiële bronnen spreken over 250 gemobiliseerde flikken.      

 

Voor al degenen die aanwezig waren was het overduidelijk dat het hier om een gewelddadige en totale repressie ging van een overwegend vreedzame betoging.  Ondanks de harde en provocatieve houding van de flikken werd het geweldsmonopolie van de staat niet in vraag gesteld (spijtig).  Talrijke personen werden gearresteerd zonder reden, de matrak werd met veel enthousiasme gebruikt.  De verslaggeving van de media stak vol leugens over het gooien van stenen door de betogers en het flikkengeweld werd voorgesteld als ‘interventie’.  Het geweld kwam van henzelf.  Zoals een slogan tijdens de betoging zei: ‘This is what democracy looks like…’.

 

Om te eindigen nog enkele nieuwtjes over acties en solidariteit uit het buitenland.  Ook in Dublin werd er een gebouw van Opus Dei aangevallen met verfbommen.

In Zürich heeft het Belgisch consulaat hetzelfde lot ondergaan, en werden er ook graffiti op de gevels geschilderd.  Op de verschillende Europese Indymedia-sites verschenen er solidariteitsboodschappen.