Français welcome • home • inventaris
/ trefwoordenlijst contact
home
Referentieadres bij het OCMW
Versie nr.: 01
Online sinds: 05-11-2006
Laatste wijziging: 24-04-2007
Printklare versie: TF_referentieadres__Nl_.pdf ![]()
1.
Gebruiksaanwijzing
en afkortingen
2.
Context
3.
Wat
is een referentieadres?
4.
Wie
kan bij het OCMW een referentieadres vragen?
o
Voorwaarde
2: Niet ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters
o
Voorwaarde
3: steun vragen aan het OCMW
5.
Wat
zijn de voordelen voor de daklozen van over een referentieadres te beschikken?
6.
Wat
moet de betrokkene doen om een referentieadres bij het OCMW te behouden?
7.
Welk
OCMW is territoriaal bevoegd?
a. Situatie
1: De betrokkene verblijft niet in een instelling
b. Situatie
2: De betrokkene verblijft in een instelling
8.
Het
aangesproken OCMW is territoriaal niet bevoegd: wat moet er gebeuren?
9.
Het
aangesproken OCMW is territoriaal bevoegd: wat moet er gebeuren?
10.
Hoe
eindigt het gebruik van het referentieadres bij het OCMW?
11.
De
subsidie van de federale overheid
12.
Bijzonderheden
in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
14.
Wettelijke
basis
15.
Voetnoten
16.
Andere
nuttige fiches i.v.m. het onderwerp
De
Technische Fiches zijn bedoeld om de terreindeskundigen een praktische,
duidelijke en geactualiseerde informatie te verschaffen over de verschillende
vormen van steun en diensten aangeboden door de OCMW’s.
Iedere fiche probeert exhaustief te zijn, maar in geval van twijfel is het
aangeraden andere bronnen te raadplegen.
Alle
Technische Fiches staan ter beschikking op de website http://www.ocmw-info-cpas.be/.
Om de
verschillende vormen van steun die in de fiches zijn opgenomen, te kennen, kan
u informatie opzoeken zowel via een inventaris als via een alfabetische
trefwoordenlijst.
We vestigen
de aandacht van de lezer er op dat het belangrijk is de datum van de laatste
actualisering van de fiche na te gaan (zie datum onder
de titel van de fiche).
Elke fiche
hanteert in het algemeen dezelfde structuur. Na een
beschrijving van de context,
gaat de fiche verder met het geven van een antwoord op
de vragen wat is het?, wie is er
rechthebbende? en welk OCMW is er bevoegd?. Vervolgens worden
de toepassingsmanieren behandeld, met name in het
onderdeel wat moet het bevoegde OCMW
doen om de steun toe te kennen? Voor elke vorm van steun wordt
er ook een onderdeel besteed aan de
staatssubsidie.
Naast iedere
technische fiche die een bepaalde vorm van steun
behandelt, bestaat er in principe ook een gebruiksvriendelijke fiche.
Deze gebruiksvriendelijke fiche geeft een antwoord op de concrete
vragen van gebruikers en is opgesteld in de vorm van “Veelgestelde Vragen”.
We raden
deskundigen dan ook aan van de gebruiksvriendelijke fiches te raadplegen. Deze
behandelen immers dezelfde onderwerpen als de technische fiches, maar dan
vanuit het standpunt van de steunaanvrager. Deze gebruiksvriendelijke fiches
kunnen ook dienen als informatiedocument voor het grote publiek.
De
informatie die hier wordt aangeboden is geen wettige basis om rechten te doen
gelden. Daarvoor verwijzen we naar wetteksten en reglementen.
Afkortingen
die in deze fiche worden gebruikt:
·
OW: organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra
voor maatschappelijk welzijn
·
Wet van 1965: wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste
nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk
welzijn.
·
Bevolkingsregisters: bevolkingsregister en vreemdelingenregister
·
POD MI: Programmatorische Federale
Overheidsdienst Maatschappelijke Integratie, Armoedebestrijding en Sociale
Economie
·
RMI: Recht op maatschappelijke integratie
De
ingekaderde tekst wil de aandacht vestigen op belangrijke bepalingen.
De
inschrijving in de bevolkingsregisters veronderstelt het bestaan van een
verblijfplaats, als plaats waar men gewoonlijk verblijft.
Door het
principe van het referentieadres in te voeren heeft men personen die geen
gewoonlijke en effectieve verblijfplaats hebben of die ze zopas verloren hebben,
de mogelijkheid willen bieden toch een adres te hebben. Dit uiteraard in het
belang van de betrokkene, maar ook in het belang van derden (schuldeisers,
tegenpartij in een rechtszaak, of andere) en de administratie.
Verschillende,
wettelijk vastgelegde, categorieën personen kunnen een inschrijving op een
referentieadres krijgen.
Het principe
is een referentieadres op het adres van een natuurlijke persoon. Dat houdt niet
alleen in dat de persoon die op dit adres in de bevolkingsregisters
ingeschreven is akkoord gaat, maar ook dat deze laatste zich ertoe verbindt de
bij hem op referentieadres ingeschreven persoon iedere brief of administratief
document dat voor hem bestemd is, te bezorgen.
In de
praktijk blijkt het echter niet altijd gemakkelijk om een persoon te vinden die
een dergelijke verbintenis wil aangaan.
Daarom heeft
de wet van 24 januari 1997 (1)
de mogelijkheid ingevoerd voor
daklozen om een referentieadres te nemen op de zetel van een
OCMW.
Die
maatregel werd genomen om de situatie van daklozen te verbeteren die bij gebrek
aan voldoende middelen geen verblijfplaats (meer) hebben en geen enkel sociaal
voordeel kunnen genieten waarvoor een inschrijving in het bevolkingsregister
vereist is (bv. werkloosheidsuitkeringen).
Naast die
mogelijkheid om het adres van het OCMW als referentieadres op te geven blijft
voor daklozen de mogelijkheid om een referentieadres te nemen op het adres van
een natuurlijke persoon behouden. (2)
Het
referentieadres is een precies adres in een Belgische gemeente, hetzij bij een
natuurlijke persoon, hetzij op de zetel van een OCMW of een rechtspersoon. Het
referentieadres biedt bepaalde categorieën personen de mogelijkheid om op een
bepaald adres ingeschreven te worden in de bevolkingsregisters zonder effectief
op dat adres te verblijven.
Met andere
woorden, het referentieadres biedt mensen die geen gewoonlijke of effectieve
verblijfplaats hebben, de mogelijkheid om een administratieve verankering te
hebben, een adres waar brieven en administratieve stukken betreffende deze
personen ontvangen kunnen worden om hun vervolgens overhandigd te worden.
Het
referentieadres is verschillend van de inschrijving als hoofdverblijfplaats
omdat de betrokkenen niet verblijft op het adres waar hij ingeschreven is.
Bovendien is
een adres "poste restante" geen
referentieadres (Daarbij worden brieven verstuurd naar een ‘general
post office’ in een stad waar de aangeschreven persoon zal langskomen). En een
gewone postbus in een gebouw waar niemand de eventuele briefwisseling
behandelt, ook niet. Het vastleggen van een referentieadres veronderstelt
immers niet alleen dat de persoon die op dit adres ingeschreven is daarmee
instemt, maar ook dat die persoon de brievenbus effectief leegmaakt en de
briefwisseling aan de bestemmeling overhandigt.
Het
referentieadres heeft niet alleen betrekking op daklozen. Ook andere
categorieën personen kunnen er één nodig hebben: nomaden, personen die niet in
de gemeente zijn omdat ze op studie- of zakenreis zijn, diplomatiek of
consulair personeel, personeelsleden ontwikkelingssamenwerking, …
Deze categorieën
personen vallen echter niet onder de inschrijving van een referentieadres bij
een OCMW (zie rubriek 5 "Wie kan bij het OCMW een referentieadres
vragen?")
Nomaden
hebben bijvoorbeeld de mogelijkheid een referentieadres te nemen op het adres
van een natuurlijke persoon. Overeenkomstig een wet
van 15 december 2005 (3)
kunnen die personen zich ook inschrijven op het adres van een rechtspersoon die
de behartiging van de belangen van deze bevolkingsgroepen in zijn statuten
vastgelegd heeft.
Volgens artikel 60, §2, van de OW levert het OCMW alle nuttige
inlichtingen en onderneemt het de noodzakelijke stappen om de personen alle
rechten en voordelen te verlenen waarop zij aanspraak kunnen maken in het kader
van de Belgische of buitenlandse wetgeving.
De
toekenning van een referentieadres op het adres van het OCMW is een vorm van
sociale bijstand.
Om een
persoon die mogelijkheid te bieden moeten er verschillende voorwaarden vervuld
zijn:
De
inschrijving op het adres van het OCMW is voorbehouden voor personen met
ontoereikende bestaansmiddelen, om hen in staat te stellen met eigen middelen
een woning te verwerven.
Het gaat dus
om daklozen. Het kan zowel gaan om personen die een leefloon of een equivalent
leefloon vragen als personen die over een inkomen beschikken dat ontoereikend
is om met eigen middelen een woning te kunnen verwerven en die daarom een
beroep doen op de maatschappelijke dienstverlening van het OCMW.
Om op een
referentieadres ingeschreven te kunnen worden, mag de betrokkene in principe
niet meer ingeschreven zijn in het bevolkingsregister (noch als
hoofdverblijfplaats, noch als referentieadres).
Zolang de
ambtshalve schrapping niet doorgevoerd is, kan een dakloze geen referentieadres
bij een OCMW verkrijgen. Wanneer blijkt dat de persoon nog in het
bevolkingsregister van een gemeente ingeschreven is onder een adres dat niet
overeenstemt met zijn effectieve verblijfplaats, moet het OCMW zich wenden tot
de gemeente van inschrijving met de uitdrukkelijke vraag om over te gaan tot de schrapping.
De gemeente
die een dergelijke schrappingsaanvraag krijgt, moet
in principe binnen de acht dagen een onderzoek verrichten betreffende de
hoofdverblijfplaats. Het College van Burgemeester en Schepenen kan op basis van
dat onderzoek beslissen om de schrapping ambtshalve door te voeren (zie ook
"Het aangesproken OCMW is territoriaal bevoegd: wat moet er
gebeuren?").
De persoon
die op het adres van het OCMW een inschrijving als referentieadres wenst te bekomen, moet een bijstandsaanvraag indienen. Het kan gaan
om allerlei soorten van maatschappelijke dienstverlening in de zin van artikel
57 van de OW (materiële, sociale, medische, medisch-sociale
of psychologische bijstand).
Het kan gaan
om preventieve bijstand. Een aanvraag om een referentieadres bv. met het oog op het behoud van de rechten op sociale
uitkeringen of om die rechten te kunnen doen gelden, moet beschouwd worden als
preventieve bijstand en dus als een vraag om maatschappelijke dienstverlening
in de zin van artikel 57 van de OW.
Zo komen
personen die beroep doen op maatschappelijke dienstverlening en vragen om
sociale rechten voor het eerst of opnieuw te verkrijgen of te blijven genieten,
in aanmerking voor een inschrijving als referentieadres op het adres van het
OCMW als zij dat vragen.
Het doel van
het referentieadres is de situatie te verbeteren van daklozen die bij gebrek
aan voldoende bestaansmiddelen geen verblijfplaats (meer) hebben en geen aanspraak
kunnen maken op sociale voordelen waarvoor een inschrijving in het
bevolkingsregister vereist is (bv.
werkloosheidsuitkeringen).
Ter
herinnering: een officieel adres is niet vereist om het recht op
maatschappelijke integratie of sociale bijstand te genieten! Het feit dat men
gewoonlijk en permanent op Belgisch grondgebied verblijft, is de enige vereiste.
Het
referentieadres opent voornamelijk het recht op verschillende sociale
uitkeringen zoals werkloosheidsuitkeringen, tegemoetkomingen voor gehandicapten,
kinderbijslag, …
Het
referentieadres maakt ook de regularisering mogelijk
van personen die niet meer gedekt zijn door de ziekteverzekering.
Tot slot
biedt het de betrokkene ook de mogelijkheid om een administratieve
"verankering" te hebben en zijn briefwisseling te ontvangen.
Artikel 20,
§4, van het KB van 16 juli 1992 bepaalt dat de personen die een referentieadres
hebben bij het OCMW, zich minstens eenmaal
per trimester bij dat OCMW moeten aanmelden.
De
betrokkene dient tevens aan het OCMW ieder nieuw element te melden waardoor hij
niet langer zou voldoen aan de voorwaarden om een referentieadres bij het OCMW
te houden (bv. als de betrokkene werk vindt, een
woning betrekt die als hoofdverblijfplaats dient of naar een andere gemeente
trekt).
Het OCMW dat
territoriaal bevoegd is voor de inschrijving als referentieadres, is hetzelfde
OCMW dat territoriaal bevoegd is voor het recht op maatschappelijke integratie
of voor de maatschappelijke dienstverlening.
Wetende dat
de inschrijving als referentieadres een specifieke vorm van maatschappelijke
dienstverlening is voor daklozen, moeten we het onderscheid maken tussen 2
verschillende situaties:
Wanneer de
dakloze niet verblijft in een instelling bedoeld in artikel 2, §1, van de wet
van 1965, is het OCMW van de gemeente waar de dakloze zijn feitelijke
verblijfplaats heeft, bevoegd om hem de noodzakelijke hulp toe te kennen.
Overeenkomstig artikel 2, §7, van de wet van 1965 moet men
zich dus baseren op de feitelijke
situatie op het moment van de steunaanvraag om te bepalen welk
OCMW bevoegd is.
De
feitelijke verblijfplaats is verschillend van de gewoonlijke verblijfplaats die
van toepassing is op personen die niet dakloos zijn en wier verblijf op het
grondgebied van de gemeente een permanent karakter heeft.
Een OCMW
mag de inschrijving als referentieadres in een andere gemeente niet inroepen om
sociale bijstand te weigeren wanneer de dakloze reeds
feitelijk op zijn grondgebied verblijft. Het referentieadres bepaalt immers
nooit de territoriale bevoegdheid van een OCMW.
Voor de
daklozen die verblijven in een instelling bedoeld bij artikel 2, §1, van de wet
van 1965 (bv. een erkend opvangtehuis), is het OCMW
dat bevoegd is voor de behandeling van de aanvraag, het OCMW van de gemeente
waar de betrokkene als hoofdverblijfplaats ingeschreven was in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister op het
ogenblik van zijn opname in de inrichting.
Als de
betrokkene geen inschrijving als hoofdverblijfplaats heeft op het ogenblik van
zijn opname in de inrichting, is de algemene regel van het steunverlenend
centrum van toepassing.
Indien het
OCMW een steunaanvraag ontvangt waarvoor het
zich niet bevoegd acht, dient het als volgt te handelen (5):
·
Het OCMW moet de steunaanvraag schriftelijk binnen de 5 kalenderdagen volgend op de ontvangst van de
aanvraag versturen aan het volgens hem bevoegd OCMW. Op straffe van nietigheid gebeurt deze overzending door
middel van een brief met vermelding van de redenen van onbevoegdheid.
·
Het OCMW dient ook schriftelijk
en binnen dezelfde termijn van 5 dagen de aanvrager op de hoogte te brengen van
het doorsturen van de aanvraag. Op straffe
van nietigheid wordt de aanvrager in kennis gesteld met een brief met
vermelding van de redenen voor onbevoegdheid.
Zolang de reden van het doorsturen niet is meegedeeld aan de aanvrager
en de aanvraag niet is verstuurd, blijft het eerste OCMW verplicht om de
aanvraag te behandelen en dient het, indien de voorwaarden zijn vervuld, de
steun toe te kennen.
Indien het tweede OCMW zich ook onbevoegd verklaart, dient
het dit onmiddellijk te
melden aan de POD MI. Concreet moet deze een aanvraag indienen bij de Dienst Bevoegdheidsconflicten
van de POD MI om een voorlopig
bevoegd centrum te bepalen en dit binnen de vijf werkdagen (6)
volgend op de ontvangstdatum van de aanvraag verstuurd door het eerste OCMW.
De aanvraag
voor de bepaling van de voorlopige bevoegdheid dient als volgt te gebeuren:
·
bij voorkeur door middel van een fax op het nummer 02/508.86.91
van de POD MI, dienst Bevoegdheidsconflicten;
·
via e-mail op het adres bevoegdheidOCMW@minsoc.fed.be,
voor zover het OCMW de kopie van de beslissing genomen door het eerste centrum
eveneens kan meesturen;
·
via brief, indien het centrum niet beschikt over de bovenstaande
mogelijkheden. De brief wordt geadresseerd aan de POD Maatschappelijke
Integratie, Armoedebestrijding en Sociale Economie, Dienst
Bevoegdheidsconflicten, Anspachlaan 1, 1000 Brussel.
De aanvraag
voor het bepalen van de bevoegdheid dient de volgende elementen te bevatten:
a.
alle informatie over de identiteit van de betrokkene;
b.
een beschrijving van de feitelijke elementen en juridische
elementen waarop het OCMW zich baseert voor de onbevoegdverklaring
(het OCMW moet op synthetische wijze alle pertinente feiten vermelden om de
bevoegdheid te bepalen en zijn territoriale onbevoegdheid te beargumenteren in
de gegeven omstandigheden);
c.
een kopie van de gemotiveerde beslissing voor onbevoegdheid
verzonden door het eerste centrum;
d.
de gegevens van de persoon die het dossier behandelt. De persoon
die het dossier behandelt bij het OCMW moet snel en rechtstreeks gecontacteerd
kunnen worden om eventueel bijkomende informatie te leveren.
De Minister
maakt zijn beslissing, in principe onmiddellijk, over aan het OCMW dat is
aangeduid om te beslissen over de steunaanvraag.
Het OCMW dat
op deze manier wordt aangewezen moet onmiddellijk
contact opnemen met de steunaanvrager om een snelle behandeling
van de aanvraag mogelijk te maken en dit vanaf de datum van de originele
aanvraag.
De
andere OCMW’s betrokken in het bevoegdheidsconflict
ontvangen ter informatie van de Minister een eensluidend afschrift van zijn
beslissing.
Het OCMW
aangeduid door de Minister conform deze procedure is bevoegd om een beslissing te nemen
over de steunaanvraag.
Het OCMW
moet nagaan of de persoon voldoet aan alle voorwaarden voor de inschrijving als
referentieadres op het adres van de zetel van het OCMW.
Als dat zo
is, overhandigt het OCMW de dakloze een document waarin verklaard wordt dat de
voorwaarden vervuld zijn.
Als dat niet
het geval is, moet het OCMW een beslissing nemen waarin verklaard wordt waarom
de voorwaarden niet vervuld zijn. Die beslissing moet, zoals de wet
voorschrijft, binnen de 30 dagen genomen worden.
De personen
die niet voldoen aan de voorwaarden om een referentieadres bij het OCMW te
verkrijgen, kunnen steeds een referentieadres nemen bij een natuurlijke
persoon.
De
ministeriële omzendbrief van 4 oktober 2006 onderstreept dat het OCMW het feit
dat de persoon nog ingeschreven is in een andere gemeente, niet mag inroepen om
de inschrijving als referentieadres te weigeren.
Als de
persoon effectief een oude inschrijving heeft (ongeacht of dat als hoofdverblijfplaats
of referentieadres is), moet het OCMW bij de gemeente de nodige stappen
ondernemen met het oog op de schrapping van dat oude adres.
Die stappen
moeten ook gezet worden als het gaat om een nieuw bevoegd
OCMW terwijl de persoon reeds bijstand ontving en eventueel ingeschreven was
als referentieadres bij een ander OCMW.
Het OCMW
moet zich tot de gemeente van de inschrijving wenden met de uitdrukkelijke
vraag om de inschrijving te schrappen. De schrappingsaanvraag
moet vergezeld gaan van een beschrijving van de situatie van de betrokkene en
alle elementen die aantonen dat deze geen belang meer heeft in de gemeente waar
hij ingeschreven is. Het OCMW kan daartoe eventueel het formulier voor de
aanvraag van een inschrijving op een referentieadres gebruiken dat als bijlage
ging bij omzendbrief van 21 maart 1997. Een kopie van dat formulier is
opgenomen in bijlage 1 van deze fiche (zie bijlage 1).
De gemeente
die een schrappingsaanvraag krijgt, dient in principe
binnen de acht dagen een onderzoek naar de hoofdverblijfplaats te verrichten.
Het College van Burgemeester en Schepenen kan op basis van dat onderzoek
beslissen om de schrapping ambtshalve te verrichten. De beslissing wordt in
principe aan de betrokkene bekendgemaakt via het OCMW van de gemeente die de schrappingsaanvraag doet.
Een voor het
OCMW bestemd formulier om aan zijn gemeente de inschrijving van een persoon als
referentieadres te vragen, werd als bijlage opgenomen bij de omzendbrief van 21
maart 1997. Een kopie van dat formulier is opgenomen als bijlage 2 bij deze
fiche (zie bijlage 2).
Wanneer een
OCMW zijn gemeente gevraagd heeft voor een inschrijving als referentieadres van
een persoon op het adres van het OCMW, moet de gemeente vóór de inschrijving de
nodige verificaties doen. De omzendbrief van 4 oktober 2006 bevat specifieke
formulieren voor de aanvraag van informatie van een gemeente aan een vorige
gemeente met het oog op een inschrijving als referentieadres (zie bijlage 5 en
bijlage 6).
Iemand die een
referentieadres op het OCMW heeft, moet zich minstens eenmaal per trimester bij
het OCMW aanmelden.
Een model
van attest dat bevestigt dat men zich eenmaal per trimester bij het OCMW
aangeboden heeft, werd bij de omzendbrief van 21 maart 1997 gevoegd. Een kopie
van het formulier is als bijlage 3 van deze fiche
gevoegd (zie bijlage 3).
Als de
betrokkene niet langer voldoet aan de voorwaarden voor de inschrijving op het
adres van het centrum, moet het OCMW dat melden aan het College van
Burgemeester en Schepenen. (7)
Daartoe
gebruikt het OCMW het gepaste formulier om de gemeente de schrapping te vragen
van de inschrijving als referentieadres van een persoon die het geholpen heeft.
Dit
formulier werd als bijlage bij de omzendbrief van 21 maart 1997 gevoegd. Een
kopie van het formulier gaat als bijlage 4 van deze
fiche (zie bijlage 4).
Zowel voor
een inschrijving als referentieadres bij een OCMW als bij een natuurlijke
persoon kan er geen enkele bijdrage gevraagd worden als tegenprestatie.
Aangezien
het gaat om een inschrijving die geen aanleiding geeft tot betaling van kosten,
bestaat er geen enkele subsidie voor dit soort bijstand.
Er zijn geen
specifieke eigenheden voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in verband met
deze maatregel.
Een
inschrijving op het adres van het OCMW heeft betrekking op alle leden van het
gezin van de persoon die de aanvraag doet.
Neen, beide
mogelijkheden bestaan. De persoon is vrij om het type adres dat hij wenst, te
kiezen. Een referentieadres bij een natuurlijke persoon gaat niet voor op een
referentieadres op het adres van een OCMW.
Men moet er
niet van uitgaan dat men zich pas tot het OCMW kan wenden als de andere
mogelijkheid geen resultaat oplevert. Personen die niet voldoen aan de
voorwaarden om ingeschreven te worden als referentieadres bij het OCMW, kunnen daarentegen altijd een referentieadres nemen op het adres
van een natuurlijke persoon.
Het is evenwel niet mogelijk om tegelijk over twee
referentieadressen te beschikken.
Zoals in de
ministeriële omzendbrief van 27 juli 1998 onderstreept wordt, kan het
referentieadres nooit dienen als bewijs van samenwoning. Wanneer een persoon
ingeschreven is als referentieadres bij een particulier of op het adres van een
OCMW, moet het OCMW dat het sociaal onderzoek verricht zich baseren op de
feitelijke situatie en de gezinssamenstelling van de betrokkene.
In geval van
inschrijving als referentieadres bij een natuurlijke persoon moet het OCMW geen
rekening houden met de perso(o)n(en) die als
hoofdverblijfplaats ingeschreven zijn op het adres dat als referentieadres
dient.
Het
referentieadres is een administratief adres. Het maakt het mogelijk om een
persoon in te schrijven in de bevolkingsregisters, maar niet als
hoofdverblijfplaats. Het referentieadres wordt bijgevolg niet in aanmerking
genomen in het kader van de vaststelling van de territoriale bevoegdheid van
het OCMW. Artikel 2 van de wet van 1965 en artikel 1,
2°, van diezelfde wet beogen immers telkens de inschrijving "als
hoofdverblijfplaats". Zo biedt een inschrijving als referentieadres niet
de mogelijkheid om een onderstanddomicilie te verwerven.
Nomaden die
geen vaste verblijfplaats hebben, kunnen een referentieadres te
nemen op het adres van een natuurlijke persoon. Overeenkomstig
een wet van 15 december 2005 (8) hebben die mensen overigens ook de
mogelijkheid om zich in te schrijven op het adres van een rechtspersoon die
volgens zijn statuten de belangen van deze bevolkingsgroepen behartigt.
Wet
van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en
tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister
van de natuurlijke personen (Inforum nr.
21178 gecoördineerde tekst).
KB van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister (Inforum nr. 40761
gecoördineerde tekst).
Wet van 24 januari 1997 houdende wijziging
van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten
en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een
Rijksregister van de natuurlijke personen, strekkende tot verplichte
inschrijving in de bevolkingsregisters van de personen die in België geen
verblijfplaats hebben (B.S. 06.03.1997, inforum nr.
111181 gecoördineerde tekst).
KB van 21 februari 1997 houdende wijziging
van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de
identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling
van een Rijksregister van de natuurlijke personen, strekkende tot verplichte
inschrijving in de bevolkingsregisters van de personen die in België geen
verblijfplaats hebben (B.S. 06.03.1997, inforum nr.
111187).
Omzendbrief van 21
maart 1997 betreffende de invoering van de mogelijkheid voor daklozen een referentieadres bij het
OCMW te bekomen (Inforum nr. 114361)
Omzendbrief
van 27 juli 1998 betreffende het referentieadres voor daklozen:
bijkomende toelichtingen in aanvulling op de omzendbrief 21 maart 1997 (Inforum nr. 135850)
Omzendbrief
van 4 oktober 2006 Daklozen - bevoegd OCMW - referentieadres -
inschrijving en schrapping van een inschrijving (B.S. 12.10.2006) (Inforum nr. 213173)
1.
Wet van 24 januari 1997 tot wijziging van de wet van 19 juli
1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot
wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van
de natuurlijke personen, strekkende tot verplichte inschrijving in de
bevolkingsregisters van de personen die in België geen verblijfplaats hebben.
2.
Andere categorieën personen hebben de mogelijkheid om een
referentieadres te hebben op het adres van een natuurlijke persoon. Enkel
daklozen kunnen daarentegen een referentieadres bij
een OCMW krijgen.
3.
Wet van 15 december 2005 betreffende de administratieve
vereenvoudiging (B.S. 28.12.2005) en omzendbrief van
2 mei 2006 betreffende de uitbreiding
van de mogelijkheden tot het gebruik van het referentieadres voor rondtrekkende
bevolkingsgroepen (B.S. 06.07.2006).
4.
KB bevoegdheidsconflict.
5.
Artikel 58, §3 van de wet van 1976; artikel 18, §3 wet RMI; KB van 20 maart 2003 tot vaststelling van de
uitvoeringsmodaliteiten van 15, vierde lid van de wet van 1965.
6.
De werkdagen zijn maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en
vrijdag, behalve bij feestdagen. Zaterdag en zondag worden niet beschouwd als
werkdagen in België, aangezien de meeste diensten gesloten zijn.
7.
Artikel 20, § 3, 4e lid, van het KB van 16 juli 1992.
8.
Wet van 15 december 2005 houdende administratieve
vereenvoudiging (B.S. 28.15.2005) en omzendbrief van
2 mei 2006 betreffende deuitbreiding van de mogelijkheden tot het gebruik van het referentieadres voor
rondtrekkende bevolkingsgroepen (B.S. 06.07.2006).
Zie PDF
bovenaan de fiche.
beding van afwijzing van aansprakelijkheid - powered by Expression
Engine - designed &
developed by Blau