Verklaring
van het ministerie van de wooncrisis 18/12/2007
In België en in het bijzonder in Brussel en
de grote steden heerst een wooncrisis zonder voorgaande. Alsmaar meer mensen
moeten het stellen met een ongezonde, onaangepaste, te dure woning. Alsmaar
meer mensen komen op straat terecht. Nochtans, in ieder politiek programma of
beleidsverklaring staat de woonproblematiek bovenaan. Het recht op wonen is
opgenomen in de Belgische Grondwet. Alleen, daar blijft het bij.
Jammerend staan onze beleidsmakers toe te
kijken, alsof het om een natuurramp gaat, met desastreuze gevolgen, maar
onbedwingbaar. In het beste geval houden ze zich bezig met maatregelen die de
ergste gevolgen van de wooncrisis moeten repareren :
noodopvang, bedden voor de daklozen in de legerkazernes wanneer het vriest.
Er moeten dringend echte oplossingen voor de
wooncrisis komen die vooral het probleem van de té
dure huurprijzen aanpakken. Daarom hebben we het Ministerie van de Wooncriris opgericht. Onze eisen zijn de volgende:
Aanpak van de leegstand. Nog altijd staan er teveel gebouwen leeg. De “wet Onkelinx”
en het “openbaar beheersrecht” geven aan openbare besturen nochtans de
mogelijkheid om leegstaande panden op te eisen. Maar die mogelijkheden worden
nauwelijks gebruikt. Als de overheid het niet kan, dan moeten de burgers het
maar doen. Daarom ijvert het Ministerie van de Wooncrisis voor een wet die het
aan burgers mogelijk maakt om een woning die al meer dan een jaar leegstaat, te
bewonen. Verdubbeling van het aantal sociale woningen. Maar 7 procent van alle
woningen in België zijn sociale huurwoningen. Dat is veel minder dan in onze
buurlanden Nederland (35%), Frankrijk (17 %) of Groot-Britannië
(21%). De bouw van 100.000 bijkomende sociale woningen op korte termijn moet de
ergste nood aan betaalbare woningen opvangen. Daarom engageren we ons om met
het Ministerie van de Wooncrisis om druk uit te oefenen op de overheid zodat ze
de nodige sociale woningen bouwen.
§
Controle van de huurprijzen. De huurprijzen zijn veel te duur
geworden. Nog even en alleen de rijken kunnen het zich nog permitteren om
deftig te wonen. De prijsstijging die nu al bijna tien jaar gestaag doorgaat
moet onmiddellijk gestopt worden. Daarom ijveren we met het Ministerie van de
Wooncrisis voor een onmiddellijke controle op de huurprijzen. Zoals de
huisvestingscode de kwaliteit van de woningen regelt, zo moet er ook een code
komen die de prijzen regelt. Fiscale maatregelen moeten dat systeem
ondersteunen: eigenaars die een correcte prijs vragen worden beloond met een
belastingverlaging, wie te veel vraagt moet hogere belastingen betalen.
Paritaire huurprijscommissies moeten toezien op de naleving van de correcte
prijzen.
§
Invoering van een huurtoelage met huurprijscontrole. Voor de
armste bewoners zal zelfs een controle van de huurprijzen niet volstaan. Aan
het huidige niveau zijn de privé-woningen al lang
onbetaalbaar voor wie moet leven van een leefloon, werkloosheidsuitkering,
klein pensioen of minimumloon. Daarom ijvert het Ministerie van de Wooncrisis
voor een huurtoelage voor deze mensen, een premie die hen in staat moet stellen
om de huur te betalen. Dit is een tijdelijke maatregel. Als de huurprijzen
opnieuw een aanvaardbaar niveau zouden bereikt hebben, of wanneer er voldoende
sociale woningen gebouwd zijn, kan de premie terug worden afgeschaft.
§
Erkenning van solidaire woonprojecten. Er zijn alsmaar meer
personen die een ‘alternatieve’ oplossing zoeken voor hun huisvesting via
gezamenlijke woonprojecten. De huidige sociale wetten en huurwetgeving vormen
daarbij nog te vaak een hinderpaal. Daarom ijveren we met het Ministerie van de
Wooncrisis voor een aanpassing van die wetten zodat solidaire woonprojecten
erkend kunnen worden.
We engageren ons met het Ministerie van de
Wooncrisis om te ijveren voor de effectieve realisatie van het recht op wonen
zowel via concrete solidaire woonprojecten als via politieke lobbying.
Daarom wil het Ministerie van de Wooncrisis
ook een platform zijn voor regelmatig overleg tussen zowel organisaties uit
Brussel, Vlaanderen en Wallonië als organisaties uit onze buurlanden die werk
maken van het recht op wonen.